In Someren speelden we op een hockeyfeest. Een kantine is akoestisch geen zaal maar een doos: een lage plafondplaat, een gladde vloer, glas aan de kant van het veld. Alles kaatst er, dus je hoeft er weinig te doen om te veel te doen.
In het begin van de avond komen de mensen binnen in trainingsjack en willen ze vooral de wedstrijd naspreken. Daar hoort muziek onder te blijven: herkenbaar genoeg om er iets van te vinden, zacht genoeg om aan de bar te bestellen zonder te schreeuwen.



