Een bandje had twee kanten, en dat was geen beperking maar een indeling. Kant A voor onderweg, kant B voor later. Een diner dansant werkt precies zo.
Aan tafel wil men elkaar verstaan. We spelen dus zacht genoeg om door te praten, en zacht genoeg dat wie liever luistert dat ook kan zonder zijn stoel te verzetten. Drie stemmen en drie akoestische instrumenten, op de maat van het moment.



